Categoriearchief: Bedenkingen

Bang op de baan

Deze morgen vertrok ik een beetje met tegenzin richting Brussel. Maar de plicht riep en dus gehoorzaamden we.

De baan Eeklo – Mariakerke viel goed mee. Enkel Lovendegem was de slechste leerling van de klas.

Maar het stuk van Eeklo tot Lovendegem was dus zeker goed bereidbaar berijdbaar. Helaas dienden we dat trajectje aan een 30 km/uur af te handelen. De personenwagen voor mij haalde maximum die snelheid. Toegegeven, ik ergerde mij een beetje maar voorbij steken doe ik niet – zoals de BMW rijder die het wel nodig achtte om ons in te halen. Even later haalde ik hem evenwel bij aan de eerste lichten in Lovendegem.

Aan de lichten waar afgeslagen kan worden naar Vinderhoute kon ik mijn voorligger in de ogen kijken. Ik ging naast de auto staan en wierp een blik naar de chauffeur. Het bleek een iets oudere dame te zijn. Ze lachte even en ik deed het gekende ‘ben je een beetje bang toch?’ gebaar. Ze knikte hevig.

Wat doe je dan al op de baan, was mijn volgende gebaar. Maar ondertussen werd het groen en vervolgde ik mijn weg. Aan 70 km/uur.

En zo zijn er wel heel veel bangerikken op de baan. Wetende dat die het verkeer nog moeilijker maken.

Op de autostrade stemde het mij tot grote tevredenheid – of was het verbazing – dat het merendeel, met de obligatoire uitzondering van een BMW & Audi, zich aan de opgelegde 90 km/u limiet hield tot aan Erpe Mere. Ook daarna verliep het verkeer in een goede verstandhouding.

Overdreven Sint

Ik vind de Sint een idee vol goede bedoelingen. Akkoord we dienen wel te liegen tegen onze allerkleinsten en dat moge dan geen goed voorbeeld zijn, het is en blijft een leuk gegeven.  En wij geven natuurlijk graag speelgoed aan onze klein mannen en vrouwen.

Maar dat de kinderen de man niet één keer maar tot wel 15 keer tegenkomen dat stoot mij wel een beetje tegen de borst.

En wat mij ook tegen de borst stoot is de massa aan speelgoed die de man brengt. En de foto’s die dan op facebook of andere sociale media geplaatst worden. Veel ouders zien het Sint feest als een ‘kijk eens wat wij nu allemaal gekocht hebben voor onze zeer brave kinderen’; Het lijkt wel een wedstrijd. Ik heb bravere kinderen dan die van jou dus ze krijgen van mij wel heeeeel erg veel. En zie, bij de Oma en Opa kregen ze ook zo een berg. En bij die en bij da ook. Hmm.

Bij ons kwam de Sint ook langs.

 

Blauwe maandag

Elke avond vanaf 20 uur probeer ik een beetje te lezen. Op dat moment is de kleinste sloeber net in zijn bed, en als de 2 grootste bij ons zijn, is dat hun uurtje om de smartphone obsessief te beheren.

Rond negen uur dienen die smartphones aan het oplaadstation geplaatst te worden en dan gaat ook de televisie meestal aan. Ik lees soms door, maar door het omgevingsgeluid is dat al heel wat lastiger.

Maar ik wou komen aan het boek hetwelk ik momenteel aan het lezen ben. Nadat ik op reis zowel Deflo – Vlees als Wat jij niet ziet van Sarah Pinborough gelezen had begon ik aan het eerste boek in de reeks van Frieda Klein; Blauwe maandag van Nicci French.

Maar kijk, we zijn nu bijna eind November en ik ben nog bezig in dat boek. Ik las niet elke avond, dat is waar. Maar de reden is gewoon omdat ik dit boek helemaal niet zo leuk vind. Het is een echt vrouwenboek denk ik dan. Alles is zo langdradig dat het niet blijft boeien. Ik had dit eerder ook al eens met Het smelt. Toen stopte ik met lezen. Blauwe maandag wil ik nu wel uitlezen maar ik ben zeker dat ik de andere daaropvolgende boeken van de ereader zal verwijderen.

Ik stap wel terug over naar een Deflo, Aspe, Coppers of andere mannenboeken. Je maakt hier natuurlijk uit op dat de boeken die ik lees nogal licht verteerbaar zijn. Hoewel.. Als je bepaalde fragmenten uit de Heren hun boeken in gedachten haalt dan kan dat wel eens doorwegen.

 

Wat moet men nog geloven.

Voor mij schreef Darya Safai alweer een column waar ik stil bij val. Ik begin dan te denken hoe het zo kan zijn. Eerder postte ik eens een column van haar, hieronder volgt er terug één die kan tellen. Hoe hard velen van de volgelingen het ook afstrijden het merendeel is een rotte plek in deze massa.

Net als ik bij het hele gebeuren rond de #MeToo niet bijkan, kan ik alles wat betreft de indoctrinatie van de islam niet kaderen. En ik heb nochtans grote kaders en kapstokken enzomeer. Eens temeer besef ik hoe belangrijk, wij ouders, zijn in de opvoeding van de kinderen. En dat we heel gelukkig mogen zijn dat er ook scholen zijn die een groot deel voor die opvoeding instaan.

Lees (en huiver een beetje mee).

Islamisten willen uiteindelijk de wereld overheersen

Neem het aan van iemand die ervaring heeft met islamisten, zegt Darya Safai: we kunnen de alarm­signalen over hun brainwashing maar beter ernstig nemen.

Vrouwenrechtenactiviste

Twee islamisten komen onze jongeren in het stadhuis van Genk vertellen hoe ze een goede moslim moeten zijn, ‘van de wieg tot het graf’ (DS 21 november). Mij verbaast dat niet. Ik ken hun methodes van vroeger, in de Islamitische Republiek Iran. En ik weet dat in de koranlessen overal in het land aan dezelfde soort brainwashing wordt gedaan.

De manier waarop de bezoekers plaatsnemen in de zaal, zegt al veel. Mannen vooraan, vrouwen achteraan. Die apartheid zit ingebakken in de islam. Wie zich er niet naar schikt, is een slechte moslim.

Met de kledingregels van de islam bent u intussen vertrouwd. Een goede moslima moet altijd een hoofddoek dragen, en dat is nog het minste. Opdat ze toch zeker niet de lust van de man zou opwekken, wordt ook met klem aangeraden, zeg maar opgelegd, om het hele lichaam te bedekken met lange, losse kledij. Een van de meisjes in de Nieuwsuur-reportage over de lezing in Genk voelt zich schuldig omdat ze een jeans draagt. Ze wil zich zo snel mogelijk onderwerpen aan de filosofie die achter de kledingcode schuilt. Het gaat nochtans om een drastische inperking van de individuele vrijheid die sommigen jammer genoeg blijven verdedigen als een vrije keuze.

Cassettes vernietigd

De indoctrinatie is al veel langer aan de gang: in koranlessen en lezingen, in de moskee, op sociale media, zelfs in onze scholen

Dat de islamisten ook muziek als verwerpelijk beschouwen, komt voor velen misschien als een verrassing. Ik ken het verbod op muziek maar al te goed. In Iran werd ons geleerd dat we vooral ‘zedig’ moeten blijven, met het oog op ons leven in het hiernamaals. Dat is in tegenspraak met muziek en vrolijkheid. We mochten alleen luisteren naar melancholische korangezangen die ons deden wenen.

Als we door de zedenpolitie betrapt werden terwijl we naar muziek luisterden, in de auto of zelfs thuis, kon dat zware gevolgen hebben. Auto’s werden in beslag genomen, cassettes vernietigd. Muziek en dansen werden en worden beschouwd als een aanval van het Westen op de islamitische waarden – vrouwen zonder hijab ook.

U denkt nu misschien: ja, maar dat is Iran. Het spijt me, maar het islamisme is niet meer uitsluitend het probleem van islamitische landen. Het leeft tussen ons, zoals in Genk nog maar eens is aangetoond. Het verbaast mij dat sommige mensen de alarmsignalen nog altijd niet ernstig nemen. In koranlessen en lezingen, in de moskee en op sociale media, is de indoctrinatie al veel langer aan de gang. Zelfs in onze eigen scholen.

Ik kan het niet genoeg herhalen: het islamisme is strijdig met onze waarden van gelijkheid, vrijheid en secularisme. De islamisten willen uiteindelijk de wereld overheersen, zoals hen beloofd wordt in hun religie.

Een varken in het hiernamaals

Het gemakkelijkste doelwit van hun ­indoctrinatie is de jonge generatie, de toekomst van ons land. In de koranlessen voor kinderen circuleert een bekend Franstalig Youtube-filmpje waarin gezegd wordt dat mensen die naar muziek luisteren in het hiernamaals een varken worden. Dat vinden die kinderen natuurlijk verschrikkelijk.

Ook de ouders gunnen hun kinderen niet altijd een kritische blik op de misda­dige intenties van de islamisten. Nog maar aan kritiek dénken is al taboe. Zoals ons op school werd geleerd: wie durft na te denken over het bestaan van god, is een kafir (ketter) en gaat naar hel. Kunt u zich voorstellen wat voor een stress dat geeft in zo’n kinderhoofdje? Onder het mom van vrijheid van godsdienst leren ook islamisten in dit land onze kinderen om afstand te nemen van deze samenleving, om ze te verafschuwen zelfs en uiteindelijk aan het wankelen te brengen. Werk niet waar je niet op tijd kan bidden. Werk niet waar je geen hoofddoek mag dragen. Luister niet naar muziek. Die beperkingen van de sociale vrijheid werken de segregatie in de hand. En ze zijn nog maar het begin.

We moeten onze kinderen weerbaar ­maken, ook en zeker kinderen uit islamitische gezinnen. Hen leren om kritisch  te kijken naar hun religie en om zelf uit te maken welke religieuze principes tegenstrijdig zijn met de Universele Rechten van de Mens. We moeten wijsheid verspreiden en de opvoeding van ons nageslacht zelf in handen nemen. Tegelijkertijd moeten we onze democratie weerbaar maken tegen alles wat haar bedreigt. We mogen nooit toelaten dat islamisten de instrumenten van de democratie gebruiken om haar te ondermijnen.

 

Moet er nog koffie zijn?

Stoppen met iets, het lijkt mij meestal heel eenvoudig. Zo was het voor mij niet zo heel moeilijk om, nu 14 jaar geleden te stoppen met roken. En ik rookte behoorlijk veel.

En zo was het ook niet eens zo moelijk om, nu een 10-tal maand geleden te stoppen met alcoholbevattende drankjes te nuttigen.

Zo moeilijk is het dan wel om te stoppen met koffie drinken. Nochatns denk ik steeds na het eerste koffietje hetwelk ik na het opstaan nuttig dat dat het eerste en het laatste voor die dag zal zijn. Zeker als ik dan nog naar het werk in Brussel dien te rijden en dus ongeveer een uur en een kwart in de auto zit. Er was zelfs een korte tijd dat ik koffie mee had in de auto. Maar ik morste één keer koffie terwijl ik al drinkend aanschoof in de file dat ik die drinkpul niet meer meeneem.

En dan volgt de routine op het werk. Aankomen tussen half zeven en kwart voor zeven. De lift nemen tot op het derde en de laptop vastklikken op de docking station en aanzetten.

Brooddoos, banaan en ander fruit uithalen. Tegen dan kan ik mijn wachtwoord ingeven op de pc en vervolgens stap ik naar het sanitair om van daar uit mijn weg te vervolgen naar de koffiemachine.

Hop, we zijn vertrokken. Tegen dat de eerste collega aankomt, zo een half uur na mij, ga ik voor mijn derde koffie. En dan begint het te knagen. Alé nog eentje. En dan spa ofzo. Maar tegen dat het dan kwart voor acht is zit ik aan nummer 6 of 7 ofzo.

Nochtans heb ik niet onmiddellijk de behoefte om er na de rit nog te drinken. Het is eerder de gewoonte denk ik dan. Maar eens ik die eerste op het werk gedronken heb dan volgen de volgende elkaar al snel op. Te snel. Zelfde als ik thuis werk. Dan is de bron dichtbij na het eerste kopje en zal ik al snel een volgende halen. En nog één en ngo één en … .

Een vervelend gevolg is dan ook dat ik mij vrij vaak van de tevelen aan opgenomen vocht dien te ontdoen. Dat kan dan wel om het half uur zijn. Of soms nog sneller.  En ’s middags, als ik geen koffie drink, dan begin ik hoofdpijn te krijgen. Dan toch maar terug een koffietje? En zo wordt het natuurlijk ook avond. Na het avondeten, dan ook nog maar een koffietje? Met een koekse natuurlijk. Of een stukje chocolade.

Kijk, morgen probeer ik het eens zonder.  Maar ik vrees dat ik dan vrij snel op cola zero zal overschakelen. Want Cola zero dat lijkt wel mijn nieuwe verslaving te worden. Verdoemme.

 

Terwijl ik deze blopost schrijf heeft Stubru de platen Where is my mind en Not an addict gespeeld. Toeval. Niet?

kschoice

Dichtbij staan

Een concertje, we pikken er wel af en toe eens eentje mee.

Afgelopen zaterdag begaven we ons naar het sportpaleis om aldaar één van mijn funkieste favorieten uit de jaren 90 aan het werk te zien. Jamiroquai.

De band liet eventjes op zich wachten maar van zodra mister Cool en de zijnen op het podium verscheen begon er ook een feestje. Nu ja, feest. Het plezantste aan een optreden in een concertzaal – nu ja je kan het sportpaleis nauwelijks een concertzaal noemen – is toch dat het altijd een stuk leuker is dan een optreden op een festivalweide. Het publiek is dan voor 100% gekomen voor dat ene optreden en maakt er meestal een leuke avond van.

Maar ik stel mij veelal de vraag of het daar vooraan, frontstage, ook plezant is om te staan. Tegenwoordig zijn de meeste optredens voorzien van prachtige visuals, lichtshows, megaschermen etc. Maar dat zie je natuurlijk niet als je daar zo dichtbij staat.

Ook dien je dan een aantal uur vrij van drank of andere pauzes te zijn. Er zal dan wel het momentum zijn om de artiest bijna te kunnen aanraken, ik zie het liever van op een afstand. En als het even kan, dan swingen we daar even hard mee.

Hierbij de ‘encore’ van Jamiroquai, mooi gefilmd maar weinig van de show te zien. Wij zagen meer. Maar dan ook weer minder.

Seksuele intimidatie

Ik val de laatste tijd regelmatig eens achterover of gewoon van mijn stoel over alles wat ik hoor en lees over seksuele intimidatie.

Niet zo lang geleden ging de hashtag #MeToo als een orkaan door de sociale media. Als gevolg daarvan kwam toch wel heel wat schade aan het daglicht.

Neem nu de sportclubs. Gisteren in een aflevering van Pano op één ging het daarover. Ik zat met momenten werkelijk met mijn mond open te kijken.

denkt lang na

Hoe kan je nu een jong sportertje zomaar lastigvallen. En dat sportertje dan nog zelfs de schuld van alles geven.

Maar ik moet toegeven dat ik mij daar ook wel eens aan seksuele intimidatie bezondig.

‘Je ziet er goed uit’.

‘Mah zie eens, hoe schoon met dat kleedje.’

‘Goed gedaan hoor!’ schouderklopje geeft

‘Maar dat is tof!’ *knipoog trekt

fieuw fieuw

Want ook dit wordt door sommigen onder de noemer seksuele intimidatie gecatalogeerd. En daar val ik dan ook van achterover. Net als discriminatie. Het wordt veel te gemakkelijk verkeerdelijk gebruikt.

durft nog nauwelijks iets liefs te zeggen

#MeToo

Ik ben een beetje overdonderd door de hashtag #MeToo op twitter en facebook.

Maandagmorgen zag ik de #MeToo hashtag sporadisch eens passeren en ik gaf  zelfs een commentaar bij iemand op facebook ‘Knap dat je er wil of durft voor uitkomen’.

Later op de dag had die hashtag zich al als een geometrische serie geopenbaard. Als ware het een celdeling.

En dan dinsdagvoormiddag, iets voor zes uur ’s morgens. Ik rij de autostrade in Merelbeke op als plots Happy Birthday van Walter Capiau op de radio weerklinkt. ‘Huh’ , spontaan denk ik aan de man zijn – verjaarde zo niet bewezen – exploten naast de Hoger Lager of verjaardagsshow.

Al snel kom ik te weten dat deze song weerklonk voor Linde Merckpoel – presentatrice van Linde staat op op Studio Brussel – haar verjaardag.

En toen had ik nog een drie kwartier in de auto voor de boeg. En toen stelde ik mij de vraag, eens ik in de file stond, hoeveel van die perverselingen er nu rond mij ook in hun auto zaten.

Eens op het werk kon ik mij ook niet van die gedachte ontdoen.

Want bij al die  #MeToo tags hoort een #IDid tag. Zouden die ook zo spontaan opkomen? Voor mij is het en zal het in ieder geval #NotMe blijven.

En gij? Of durf je niet?

Gemiddeldes

Ik let altijd een beetje op als men over gemiddeldes praat. Ik heb het er in vele gevallen zelfs niet voor. Gemiddeldes. Want veel heft weinig op. Of omgekeerd.

De gemiddelde Vlaming verdient zoveel euro per jaar. Gemiddeld. De gemiddelde Vlaming heeft zoveel euro op zijn spaarboek staan. Gemiddeld. De Belgische man is gemiddeld 1.82 cm groot en de belgische vrouw is dan weer 1.65 cm klein.

Nu ook weer, de Vlaming is gemiddeld 14 jaar thuis op een loopbaan van 42 jaar. 14 Jaar! Dat is 84 dagen per jaar! Dat is 7 dagen per maand. Thuis.Van.het.Werk. ! Huh.

Felle lichten

Het is nu een 3-tal maand dat ik de verplaatsing naar het werk met de auto doe. Hoewel ik enorme voorstander was om het traject met de trein te doen moet ik daar nu toch op terug komen. Met de auto blijkt dit een ware luxe te zijn. Edoch.

Naast hardnekkige tweedevaksrijders is het ’s morgens soms vrij lastig rijden. Niet doordat ik om 05.30 nog niet zo goed wakker ben want dat ben ik – meestal – wel, neen, het zijn de lichten van andere weggebruikers die mij wel eens parten spelen.

Vooral lichten die slecht afgesteld staan of lichten van camionettes.  Gelukkig is er dan de nachtstand voor de achteruitkijkspiegels en kan ik, indien nodig, de zijspiegels automatisch inklappen. Vooral dat laatste is ook soms nodig wanneer zo een camionette achter jou staat in de file of aan de verkeerslichten op de Brusselse Keizer Karellaan.

Ligt dit nu aan het ouder worden dat ik daar meer last van heb? Ik dacht niet dat ik daar vroeger veel door gestoord werd.