Categoriearchief: Kids

Huisregels

Ik ben niet echt grote voorstander om thuis regels op te leggen en ik heb dat dan ook niet van thuis uit meegekregen maar naarmate de kinderen groter worden vind ik dat er hier en daar toch wel een regel mag, neen moet, zijn.

Zo hield ik gisterenavond omstreeks half negen, na 3 eerder mislukte pogingen voor en na het avondeten, een klein pleidooi om enkele regeltjes in te voeren. Eén keer waren de 2 oudste kinderen bezig met enkel dabs en andere moves, een andere keer diende er op de computer gezocht te worden hoe dat liedje van Portugal nu precies ging en nog een andere keer was er iemand die er plots aandacht dat de boekentas voor de dag erna nog niet klaar zat. Iets wat redelijk lang kan duren als er een iPhone op de kamer aanwezig is.

Ik probeerde dat een beetje te doen op de wijze die, onder meer, bij ons – en ik denk bij iedereen – op het werk bij de meeste vergaderingen van toepassing is: laat de boodschapper eerst uitpraten, val niet in de rede want je krijgt daarna tijd en kansen genoeg om opmerkingen te maken of vragen te stellen.

Uiteraard bleek dit al snel een utopie. Na een eerste zin werd ik al van antwoord gediend en nog iets later begon de op één na oudste van het huis schoolgewijs de vinger in de lucht te steken.

De nieuwe regels zijn helemaal niet streng of zelfs niet helemaal bindend. Ik spiegel wel naar de huidige maatschappij waarbij school start om x uur en stopt om x uur. Dat een lesuur 50 minuten duurt en dat er speel- of eetpauze is van x tot x uur. Dat, als er gewerkt moet worden dat dit dan meestal van maandag tot vrijdag is – ook tijdens afgelijnde uren. Want het bleek immers een punt van – ik zal het frustratie noemen – dat ik tijdsblokken wil invoeren. We worden nu éénmaal in zo een maatschappij geleefd. Het begint bij het opstaan tot we slapen gaan.

De dochter wist mij te melden dat ze niet zo van die regeltjes houdt. Het lijkt wel iets voor autisten was haar repliek.. Je moet weten dat ze graag op internaat wil gaan.

Voor diegene die interesse hebben in de huisregels die ik graag zou hebben:

Na school ten laatste om 17 uur thuis. Dan hebben de kinderen 2 uur tijd eer het avondeten is; In die 2 uur zou ik willen dat het huiswerk gemaakt is – de agenda’s + eventuele andere te tekenen documenten klaarliggen, eventueel gedoucht/gewassen werd, de kippen gevoed zijn en de tafel klaar staat voor het avondeten.

19 uur, ik probeer dan klaar te zijn met het avondeten. We nemen daar tot een uurtje de tijd voor, inclusief afwas/dessert. Daarna kan er nog gedoucht/gewassen

20.30 dat moet zowat het tijdstip kunnen zijn waarop we met zijn allen in de zetel belanden. Geen iPhone, laptop, Nintendo,… in de hand want tijd om samen iets te doen. Dat kan een boek lezen zijn, of een gezelschapspelletje of naar televisie kijken. Als het televisie kijken is dan zal dit meestal een aflevering op netflix zijn, waarom hebben we dat anders? Zo een serie duurt een uur dus is het al snel half tien. Dan hebben de tieners nog een ‘vrij’ half uurtje om iets naar eigen wens te doen.

Een eerste evaluatie volgt later :).

 

 

 

 

 

Ons kakkenestje

Laat mij beginnen bij het begin. Lijkt me logisch.
Nu, bijna dag op dag 10 jaar geleden begon ik aan een blog over Elle, 3 jaar en 5 maand jong en Rune, 2jaar en 11 maand. Het was een heus dagboek want elke dag dat ze toen bij mij verbleven werd verhaald. Dat duurde een vrij lange periode, de laatste blogpost aldaar dateert van augustus 2013. Ondertussen zijn die 2 kleine patatjes en heel wat groter geworden en kregen ze in januari 2015 er ook een broertje bij. Daarvan bestaan jammer genoeg nog niet heel veel verhalen. De tijden on line zijn immers totaal anders geworden dan een aantal jaren geleden. Het bloggen nam af. Ook wel een beetje om privéredenen, maar toch, de hele blogosfeer zoals dat met een mooi woord heet, en vooral dan het funbloggen nam af.
Er was nog geen facebook of youtube waarop nu de meeste verhalen, filmpjes en foto’s gepost worden.
Maar dat neemt niet weg dat het toch enigszins jammer is dat er nog niet heel veel geschreven werd over ons kakkenestje Ebbe. Er wordt af en toe wel iets bijgehouden in een off line boek.

Maar goed, waar ik toe wou komen is tot een klein verhaaltje over Ebbe. Namelijk zijn gewoonte om te gaan slapen.
Waar het vooral bij dochter Elle een ramp was om haar in bed te laten gaan, laat staan om te slapen, is dat manneke een droom om in bed te krijgen.
Nadat hij ons van de nodige dekentjes voorzien heeft in de zetel en zelf een tijdje bij ons in de zetel of in zijn eigen zeteltje zat is het al tussen 21u en 21u.30. Zowat het tijdstip waarop hij gevraagd wordt om in zijn bedje te gaan.
Ebbe heeft 2 fopspenen (tuutjes). Eentje hetwelk hij overdag gebruikt en één voor in zijn bedje, een clear in the dark tuutje.
Na de vraag, of is het een commando, stapt de jongste gezwind naar de keuken waar hij zijn nachttuutje ophaalt. Ook zijn beer wordt goed vastgenomen en dan komt hij ons een kusje geven. Zelf de eerste trapjes opstappen om dan nog eens te zwaaien ‘saapwej’, meestal nog eens gevolgd door een handkusje.
Dan stapt hij zelf de grote trap op – dit moet ik eens filmen – doet de deur van zijn slaapkamer open, gooit zijn beer in het bed en wacht tot hij opgetilt wordt om in zijn bedje gelegd te worden. Slaapzakje aan ‘zakje aan’, ‘dekentje – ja dank u’ over hem en ‘lichtje – ja dank u’ bij hem.
Nooit geweten dat een peuter zo graag in bed ging.
Het gebeurt wel eens dat hij dan nog even wakker ligt maar dan ligt hij te praten, te zingen en te spelen met zijn lichtje. En slapen, dat doet hij dan minstens tot 7 uur; Dan is hij uitgeslapen en speels. Maken we hem noodgedwongen vroeger wakker, of is hij dan toch eens een stuk later gaan slapen dan is dat ochtendhumeur wel aanwezig.

Zo, bij deze is Ebbe zijn eerste blogpost ook een feit. We moeten dat meer doen. Ook van de puberende tieners mag er terug eens iets meer verschijnen al is het maar om er later, al dan niet mee te kunnen lachen of zwaar melancholisch te worden.

18 onbekende dingen voor <19 jarigen

Gevonden op de site van het eens zo leuke weekblad, Humo.

18 dingen (gebruiksvoorwerpen) die een hedendaagse <19-jarige niet meer kent. Hoewel ik heb mijn twijfels over een aantal en vraag het daarbij aan de hier aanwezige 13 en 11 jarige. Maar eerst doe ik een paar toevoegingen aan de lijst (die mij nu zomaar, in een tijdspanne van één minuut,  te binnen schieten):

Een pager (ofte een Bieper of ook nog semafoon). Ik heb zelf nog zo een ding gehad, ergens begin de jaren negentig. Ik kon toen opgebiept worden als signaal om de oproeper zo snel mogelijk op te bellen; Dit gebeurde dan van zodra ik een telefooncel zag staan of als ik ergens bij een klant was.
– De net vernoemde telefooncel. Dit was een kleine afgesloten, openbare ruimte, waarin zich een telefoontoestel bevond. Daarmee kon je na het inwerpen van Belgische franken, telefoneren.

Zo een telefooncel dat brengt mij dan naadloos over tot het straatbeeld alwaar die nogal veel te vinden waren. En als ik daar aan denk dan denk ik vooral aan wij, de jeugd die toen met 50cc-er rondreden. Zoals een Camino, een Yamaha Sting een Yamaha DT, een Honda MB5/MT5/MTX of MBX, een Aprillia,..)
Honda MT5:
Yamaha DT

Honda Camino

 

 

 

 

 

 

De Yamaha Sting

Verder nog in dat straatbeeld reden gekke wagens rond. Zo half de jaren tachtig was  de Ford Sierra met van die strijkplanken als spoiler achteraan op de koffer. Of die strijkijzers van Citroen, halfweg de jaren zeventig. In de jaren 80 kwam datzelfde citroen met de BX waarvan de ingezakte achterkant na het starten zo mooi omhoog kwam. Hydropneumatische vering noemt men zoiets.

Ford Sierra (cossworth):

Het strijkijzer van Citroen.

Citroen BX


Op naar Humo:

1. Encyclopedie (Rune 1 – Elle 1)

Toen Wikipedia nog niet bestond, werd ’s werelds kennis verzameld in een encyclopedie. De eerste werd geschreven in de jaren 1700, de laatste Nederlandstalige kwam uit in 1993: de Winkler Prins, in 26 dikke boekdelen. In veel huizen prijkte een lange rij van die ruggen in de boekenkast, duidelijk nooit opengeslagen. Dan wist je: hier is een deur aan deur verkoper langs geweest. Encyclopediën werden – net als stofzuigers, trouwens – vaak aan de man gebracht door bedreven vertegenwoordigers.

2. Antwoordapparaat ( na even onderhandelen en het zien van een afbeelding: Rune 1,5 – Elle 1,5)

De voicemail van de 20ste eeuw, uitgevonden in 1949, maar pas in de jaren tachtig echt populair geworden. Het apparaat moest aangesloten worden op het vaste telefoontoestel en de boodschappen werden opgenomen op mini-cassettes. Cassettes werkten met magnetische geluidsband en doen in hippe muziekmilieus stilaan weer hun herintrede. Waarom? Geen kat die het weet. Vinyl is een betere geluidsdrager dan mp3, maar cassettetape, dat stinkt pas echt.

3. Walkman (Rune 2,25 – Elle 1,5)

Nog zo’n ding waar je cassettes in moest stoppen. Draagbare transistorradiootjes en platen- en casettespelers met ingebouwde box bestonden al langer, maar in 1979 was dit de eerste écht compacte (11 centimeter op 9, 300 gram) geluidsdrager waarop je je eigen muziek kon spelen. Een megasucces van Sony (van de echte Walkman alleen werden wereldwijd 220 miljoen stuks verkocht) , maar in 1998 – de draagbare cd-speler had zijn intrede gedaan – was het liedje alweer helemaal uit.

4. Rolschaatsen (Rune 3.25 – Elle 2.5 – hebben ze trouwens thuis)

De uitschuifbare rolschaats (one size fits all) die je om je gewone (sport)schoenen gespte. In de discoperiode, late jaren zeventig, begin jaren tachtig, werden ook rolschaatsen die op basketsneakers waren gemonteerd even in zwang, maar het is de komst van de inline skate of skeeler (1979, een uitvinding van twee ijsschaatsende broers die ook in de zomer wilden trainen) die de gewone rolschaats definitief de nek heeft omgewrongen. Een vaste, stevige schoen én de vier wielen op één rij, waardoor je plots een pak harder kon gaan.
5. Tikmachine (Rune 4.25 – Elle 3.5)

Als iemand vroeger een tekst aan het tikken was, kon je dat van ver horen. De ijzeren mechaniek, de hamertjes met letters die tegen het papier sloegen, de wagen met het papier die je elke keer weer op zijn plaats moest roetsjen… Het was een gedoe. Vuil ook, als als de hamertjes met letters in elkaar haakten en je ze met je vingers uiteen moest halen. Eind jaren tachtig kwamen elektronische tikmachines op, maar die waren, door het snelle succes van de computer, geen lang leven beschoren.

6. Stencilmachine (geen van beiden die een idee hebben)

Tot eind jaren ’70 van de vorige eeuw maakte je geen fotokopie van een tekst maar een stencil. Fotokopiëren bestond wel al (sinds de jaren 40) maar was lang onbetaalbaar, ook voor scholen en kleine tot middelgrote bedrijven, de grootste afnemers van stencilmachines. Het werkte zo: in een mechanische tikmachine stopte je een blanco stencilvel. Dat bestond eigenlijk uit twee vellen: één gewoon dun blad, en daaronder een blad met een waslaag erop. In die was tikte je de tekst (je kon er ook met een hard voorwerp in tekenen) en dat was dan de drukplaat die in de machine ging. Het enige wat je moest doen, was papier invoeren (zoals bij een fotokopieerapparaat) en – aangezien de meest courante modellen mechanisch waren – te draaien aan de hendel om het papier door de printrollen te jagen, al kwamen er later ook wel geautomatiseerde modellen op de markt. De stencilmachine was de drukpers van de underground: onder meer de studentenrevolte van mei ’68 in Parijs werd met stencil-pamfletten op gang gezwengeld. Ook in de punkperiode werden veel fanzines nog gestencild.

7. Fax (Rune 4.75 – Elle 4)

Ook wel telefax genoemd, en nu weet je meteen waar de naam van het VTM-programma ‘Telefacts’ vandaan komt. Voor de komst van e-mail was dit dé manier om tekst en beeld à la minute naar iemand anders sturen. Het ding werkte als volgt: je voerde een blad papier in, vormde het faxnummer van de persoon die je de informatie wilde opsturen, en dan ging het ding tuuten. Was het tuuten gedaan, dan had de andere persoon de tekst toegekregen en rolde die als een kopie uit zijn fax. Wonderlijk snel, vonden ze toen.

8. Autotelefoon (Makkelijk gezien het woord.. Rune 5.75 – Elle 5)

Nog voor er gsm’s bestonden, kon je al mensen bereiken in de wagen of de boot. Rijke mensen, want het was duur spul. En lomp, het zag eruit als een gewone vaste telefoon, alleen was de bak waar je de hoorn op moést leggen nog groter. Een lang leven was de autotelefoon niet beschoren: van 1980 tot 1999.

9. Tv-antenne (hadden we in Spanje zegt Elle. Juist. Rune 6.75 – Elle 6)

Voor de kabeltelevisie zijn intrede deed, had je ook om televisie te kijken een antenne nodig, die op het dak werd geplaatst. Het ding was meestal 1 tot 2 meter hoog, en bij hevige wind of stormweer kon het beeld verstoord zijn. Of kon je antenne omwaaien. Vogels waren de grootste fans van de tv-antenne. Sinds die verdwenen zijn, is hun aanbod openbaar zitmeubilair meer dan gehalveerd.

10. Gsm met uitschuifbare antenne (ok… elk een punt)

De eerste gsm’s hadden een antenne, één die je moest uitschuiven voor je kon bellen. De toestellen waren ook twee keer zo groot als een smartphone en wogen drie keer zo veel. De eerste gsm’s, van Motorola, kwamen in 1983 op de markt en kostten 4.000 dollar. Je kon er enkel mee bellen. En iemand de kop mee inslaan.

11. VHS-video (Rune 8.75 – Elle 8)

Televisieprogramma’s opnemen deed je met een videorecorder. De eerste modellen kamen op de markt in de tweede helft van de jaren zeventig, en je had drie verschillende systemen: Betamax (van Sony, gelanceerd in 1975), VHS (van JVC, 1976) en Video 2000 (van Philips en Grundig, 1977). VHS was het minst performante systeem van de drie, maar slaagde er uiteindelijk wel in om de andere twee uit de markt te spelen. Vooral omdat Sony weigerde porno op zijn Betamax-casettes te zetten. JVC kon het geen fluit schelen, dus werden zij in een wip marktleider, want in veel videotheken (ook bijna ter ziele gegaan) was porno (toen nog niet via internet beschikbaar) verantwoordelijk voor het grootste deel van de omzet. In 1995 kwam de eerste dvd-speler op de markt en nog eens tien jaar later was het met VHS helemaal over en uit.

12. Belgische frank (is geld duh.. 40 frank is zo ongeveer een euro Rune 9.75 – Elle 9)

Verdwenen in 2002, toen de euro het helemaal overnam. Een van de mooiste munten was het 5 frank-stuk dat beeldhouwer Jean-Paul Laenen in 1986 ontwierp. Vijf frank was 12 eurocent. Je kon er toen nog een snoepje mee kopen.

13. Floppy disk (geen enkel idee, niemand punten)

Harde schijven waren in de jaren tachtig en het grootste stuk van de jaren negentig nauwelijks betaalbaar, dus sloeg je je gegevens op een floppy disk op: een dun, flexibel schijfje plastic, bedekt met een magnetiseerbare laag, en gevat in een slap vierkant of rechthoekig omhulsel. Niet te véél gegevens, want er paste niet eens anderhalve megabyte op. En dan was het nog eens broos spul ook, dat zo stuk ging. Dat beterde in de jaren negentig, toen de floppy door de iets hardere diskette werd vervangen.

14. Commodore 64 (Rune 10.25 – Elle 9.5; een half puntje voor de goodwill)

De eerste spelconsole, uit 1982, al was het eigenlijk gewoon een homecomputer, zoals dat toen heette. Homecomputer, omdat computers toen nog geen dingen waren die je thuis had staan. De Commodore had geen scherm, maar moest je aansluiten op je tv-toestel. En je kon er dus spelletjes mee spelen. Simpele spelletjes, die op cassetjes (!) stonden en later op floppy’s. Spelen deed je met een joystick: lijkt op een stuurknuppel van een vliegtuig, en deed wat de remote van een Play Station doet. Het waren de games die voor het succes van de Commodore 64 zorgden. En ook de eigenaars hadden succes. Wie een er één had, was – net zoals de eerste bezitters van radio en televisie – verzekerd van veel vriendenbezoek.

De productie werd in 1994 stopgezet.

15. Diaprojector (heb het er deels uitgekregen – Rune 10.75 – Elle 9.75)

Dia’s of diapositieven waren foto’s die positief ontwikkeld waren op doorschijnend materiaal dat in een kartonnen raampje zat gevat. Je kon ze in een diaprojector stoppen, een soort lichtbak, en projecteren op een wit scherm of een witte muur. Die projector zoemde meestal redelijk luid en ook het wisselen van de dia’s – ze schoven in een lader vooruit – maakte lawaai. Werd vooral gebruikt om vakantiefoto’s aan de hele familie te tonen of lezingen van beeld te voorzien. De diaprojector was bijna altijd de voorbode van een half uur verveling.

16. Inbel-modem ( een modem is gekend, doch een inbel modem niet)

Modems bestaan nog altijd, al weet je het misschien niet: ze zitten meestal in je computer en je hoort of ziet ze niet. Dat was vroeger anders. Voor internet – ongeveer tot eind de jaren negentig – had je inbelmodems, die verbinding maakten met het telefoonnet en daar een vre-se-lijk lawaai bij produceerden. Hoog en snerpend elektronisch gekrakeel dat de wachttijd alleen maar enerverender maakte. En toch: begin erover tegen een dertiger en hij of zij zal een glimlach vol nostalgie produceren.

17. Gele briefkaart (0)

Een voorgefrankeerde gele postkaart. Ook het adres had er eigenlijk al op kunnen staan, want meestal werden ze naar dezelfde plek verstuurd: BRT, Reyerslaan 52, 1043 Brussel. De gele briefkaart werd vooral gebruikt om deel te nemen aan spelletjes op radio en televisie. En in die tijd had je maar een radio- en tv-zender. De gele briefkaart bestaat nog altijd, maar is bijna volledig in onbruik geraakt.

18. Telefoonkaart (een simkaart? Nee. Een batterij? 0 punten)

Ook die bestaan nog, maar worden net zo weinig verkocht als gele briefkaarten: telefoonkaarten. Je kon ermee terecht in telefoonhokjes, ook al een bedreigde soort. Telefoonkaarten kon je niet opladen, je kocht ze voor een bepaald bedrag zoals je een belkredietbewijs voor je gsm koopt. Ze leken op bankkaarten maar voelden mat aan, door de laag thermolak die erop lag. Net zoals postzegels, werden telefoonkaarten met heel veel verschillende afbeeldingen erop gemaakt en werden ze het lijdend voorwerp van een verzamelwoede.

Met de bus (2)

Een tijdje geleden had ik het erover dat de kinderen met de bus naar school gaan.  Aangezien ik in Brussel werk, hebben wij graag, dat de kinderen, na school eerst na de studie gaan. Maar dat blijkt dus een probleem te zijn met de dienstregeling van de lijn. De studie duurt tot 17u. Aanzie de uurregeling van de lijn die de kinderen naar huis moet brengen.

delijn

17:01 is dus niet haalbaar. De volgende bus is om 18:01. Dat wil zeggen dat ze dan een 50tal minuten zouden moeten staan wachten. En dat voor kinderen van 11 & 10 jaar.

Tussen 16 & 17u zijn er evenwel 5 bussen die onze richting uitkomen.

Hoewel ik er geen voorstander van ben zal ik dan maar een briefje meegeven dat de kinderen de studie een kwartiertje eerder mogen verlaten.

 

 

Engeltje op zeeklas

De dochter is deze week een ganse week op zeeklas. Dat maakt dat de zoon een ganse week zonder zijn zus mag doorbrengen. Natuurlijk keek hij er naar uit, dit weekend.
Vandaag ga ik de zoon van school halen. Op het moment dat hij bij mij komt begint het te regenen.
Zegt hij ‘Kijk voila, de engeltjes beginnen te huilen omdat mijn zus er niet bij is. Het is dan ook wel een lief engeltje hé, mijn zus’.
*ontroerd*

‘Moh’ zeg ik, ‘jij ziet je zus toch wel graag hé.’
‘Ja, ik zie ze graag, maar zij mij niet zo, maar dat komt omdat het een meisje is, en die willen wel altijd een beetje de baas zijn’.

Ballon

Gisteren, woensdag 19/12 stak er een brief van stad Eeklo in de brievenbus.
Die brief was, eigenaardig, gericht aan de zoon.
Tot zijn grote verbazing overhandigde ik hem de brief en hij mocht hem open doen.

Het bleek een brief te zijn die verstuurd werd door de brandweer.

Tijdens de opendeurdagen van de brandweer te Eeklo hadden de kinderen de kans om een ballon met naamkaartje de lucht in te sturen. En blijkbaar werd Rune zijn kaartje teruggestuurd vanop de vindplaats. En dat bleek helemaal niet zo dicht bij de deur te zijn.

Beste,

….
Uw ballon werd gevonden in Neigem, een deelgemeente van Ninove.
..

U kan uw prijs komen afhalen bij de brandweer.

Al snel wou de zoon weten welke vlucht de ballon gedaan had, dus we keken samen op google maps.


Grotere kaart weergeven

Zo bleek de ballon toch een 50-tal km afgelegd te hebben. Ik had er geen idee van dat zo een ballonnetje zo een afstand kon afvliegen.

Verkiezingen of voetbal

De morgen waarin de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen 2012 bekend raakten komt de zoon omstreeks half acht naar beneden.
Ik had zonet de radio aangezet en hoorde de overwinningstoespraak van Obama.
Op dat moment vraagt de zoon, ‘Papa wie heeft er gewonnen?’ Ik antwoordde enigszins tevreden ‘Obama’.

‘Maar neen’, zei de zoon, ‘wie heeft er in de voetbal gewonnen, anderlecht moest gisteren toch spelen tegen Zenith?’

‘Ah, ja die van Brussel hebben met 1-0 gewonnen’.